De HBO-raad heeft in september 2008 met de staatssecretaris van Onderwijs afspraken gemaakt over de ontwikkeling van een kennisbasis voor lerarenopleidingen basisonderwijs. In de zomer van 2009 zijn voor taal en rekenen omvangrijke documenten aangeleverd. Met ingang van schooljaar 2009-2010 wordt ook voor andere vak- en vormingsgebieden een kennisbasis ontwikkeld, dus ook voor cultuureducatie.
Het ontwikkelen van een kennisbasis cultuureducatie staat niet op zichzelf. Pabo’s , Pabo-studenten en basisscholen beraden zich volop over cultuureducatie in hun opleiding of school. Pabo’s denken na over wat cultuur voor het opleiden van leraren betekent, en studenten zijn op zoek naar hun rol op het gebied van cultuur. Basisscholen vragen meer en meer om leraren die in staat zijn interessant, vakoverstijgend cultuuronderwijs aan kinderen aan te bieden.
Zowel de landelijke overheid als provincies en gemeenten hebben allerlei subsidies en stimuleringsregelingen voor de ontwikkeling van cultuureducatie in het primair onderwijs. Ook vanuit particuliere fondsen is er steun.
Om eenheid en kwaliteit in cultuureducatie op de Pabo en op de basisschool te krijgen, zijn voor zowel de major als de minor een aantal specifieke indicatoren voor cultuureducatie bij de zeven zogeheten SBL-competenties geschreven. Hiertoe is er een basisinhoud cultuureducatie voor alle studenten (major) en een verdiepingsinhoud cultuureducatie als verdieping of specialisatie voor een beperkt aantal studenten (minor). Voor de minor staat de verdieping van inhoudelijk vakmanschap centraal.
De cultuurmonitoren voor po en pabo en het Handboek cultuureducatie Pabo zijn ontwikkeld om de kwaliteit van cultuureducatie in de eigen school of opleiding in kaart te brengen en verder te analyseren.